Winkelmand: € 0,00

You have no items in your shopping cart.

Subtotaal: € 0,00

Wei proteine

Eiwitten
Eiwitten zijn, naast koolhydraten, de volgende groep van macronutriënten. Deze voedingsstoffen zijn van groot belang voor de groei en vernieuwing van onze lichaamscellen. We hebben ze nodig voor de aanmaak van huid, haar, botten, spieren, ons hart en onze hersenen. Niet geheel onbelangrijk dus. Hiernaast zijn eiwitten ook belangrijk voor onze spijsvertering, stofwisseling, en bescherming tegen ziekten. Omdat ons lichaam voortdurend eiwitten verbruikt is het belangrijk dat we deze steeds blijven aanvullen. Denk bijvoorbeeld aan het continue vernieuwen van je huid. Deze schilfert af, en wordt weer vervangen door nieuwe huid. Dit gebeurd niet enkel als je je huid verbrand, maar ook gewoon op dagelijkse basis. Hetzelfde gebeurd met onze haren. Maar waar bestaan eiwitten nu precies uit? Hoe worden ze door ons lichaam opgenomen? Of nog belangrijker: welk voedsel is eiwitrijk en daarmee belangrijk voor ons voedingspatroon?
De opbouw van eiwitten
Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. We onderscheiden hierin essentiële aminozuren en niet-essentiële aminozuren. Essentieel wil zeggen dat ons lichaam deze nodig heeft en niet zelf kan aanmaken. Hierdoor zijn we dus genoodzaakt om aminozuren op te nemen uit onze voeding. Niet-essentieel wil zeggen dat ons lichaam dit aminozuur zelf kan maken uit andere aminozuren.
Biologische waarde
Gerelateerd aan aminozuren is het begrip ‘biologische waarde’ (BW). Een voedingsmiddel met een hoge biologische waarde heeft alle essentiële aminozuren in dezelfde onderlinge verhouding als onze lichaamseiwitten. Naarmate de onderlinge verhouding van de essentiële aminozuren meer overeenkomst met die van het menselijk lichaam wordt er een hogere biologische waarde aan een eiwit toegekend. De biologische waarde kan variëren van 0 tot 100. De aminozuren van een voedingsmiddel met een hoge biologische waarde kunnen heel goed door het menselijk lichaam worden opgenomen. Hiernaast kunnen ze goed gebruikt worden voor de opbouw en het herstel van lichaamseiwitten. Een kippenei heeft bijvoorbeeld een biologische waarde van 96 procent en komt dus heel dichtbij ons lichaamseigen eiwit. Peulvruchten hebben weer een lager BW van 35.
Wat voor biologische waarde heeft dit product?
Voedingsmiddelen van dierlijke herkomst (vlees, gevogelte, vis, schelp- en schaaldieren, eieren en zuivel) hebben meestal een hogere biologische waarde dan plantaardige voedingsmiddelen. De biologische waarde van plantaardige voedingsmiddelen kan worden verhoogd door combinaties te maken. Een voorbeeld is de combinatie van peulvruchten met granen (erwtensoep met brood), of noten en granen (noten-granenburger). Ook combinaties van zuivel en granen zorgen voor een hoge(re) biologische waarde. Vooral voor vegetariërs kan dit een extra variatiemogelijkheid zijn.
Opbouwfases
De hoeveelheid eiwit is van grote invloed op ons lichaam, met name in speciale omstandigheden. Zo onderscheiden we in ons lichaam een fase van opbouw en een fase van afbraak. Fases van opbouw kenmerken zich door de aanmaak van extra lichaamsweefsel. Voorbeelden van zulke opbouwfases zijn groei en zwangerschap. Ook het herstel van ernstige  ziekte, wondgenezing, en de aanmaak van spierweefsel bij intensieve (kracht)training worden gezien als opbouwfases.

Stikstof in de opbouwfase
Een kenmerkende eigenschap van de aminozuren in eiwitten is dat ze allemaal stikstof bevatten. Tijdens een opbouwfase wordt er meer stikstof opgenomen dan uitgescheiden. Er is hierbij dan ook sprake van een positieve stikstofbalans, oftewel een anabole fase. De eiwitbehoefte in de voeding is bij een opbouwfase verhoogd, er moeten dan ook meer eiwitrijke producten worden genuttigd. Gelukkig bevat Nederlandse voeding doorgaans voldoende eiwit, waardoor een enorme verandering in ons voedingspatroon niet noodzakelijk is.
Afbraakfases
Tijdens een afbraakfase wordt er meer weefsel afgebroken dan aangemaakt. Voorbeelden van zulke afbraakfases zijn: ernstige ziekte, grote wonden (bijvoorbeeld uitgebreide brandwonden), of een intensieve behandeling van een ziekte (chemotherapie of grote operaties). In zulke situaties treden er grote eiwitverliezen op als er niet wordt ingegrepen. We spreken hierbij ook wel van een negatieve stikstofbalans, ofwel een katabole fase.
Stikstof in de afbraakfase
Wanneer iemand te kampen heeft met een negatieve stikstofbalans, is het van belang om meer eiwit in de voeding op te nemen om de afbraak ervan tegen te gaan. Hierbij wordt het herstel van de ziekte versnelt, of kan een behandeling beter worden doorstaan. Om na te gaan of je lichaam zich in een opbouw- of afbraakfase bevindt kan de inname van stikstof worden vergeleken met de afbraak ervan. Hiervoor wordt de eiwitinname uit de voeding berekend. Hierna wordt gemeten hoeveel stikstof er in de urine wordt uitgescheiden

Van hoog naar laag sorteren
per pagina
Van hoog naar laag sorteren
per pagina